Orchscapes
De Soundscapes van gitarist Robert Fripp zijn langgerekte klankschappen, opeenstapelingen van klankwolken, gemaakt met een electrische gitaar, een gitaarsynthesizer en een hele kast vol digitale apparatuur. Sommige van die Soundscapes zijn door componist Andrew Keeling en gitarist Bert Lams bewerkt voor orkest, en die bewerkingen werden in 2003 tijdens het Holland Festival gespeeld door het Metropole Orkest. Een remix van opnamen daarvan door King Crimson-producer David Singleton en Robert Fripp zelf, is nu verschenen op een mooie CD: The Wine of Silence.
De Wissel van zaterdag 12 mei 2012
Zondagavond 6 mei 2012 werd in het Muziekgebouw aan ‘t IJ in Amsterdam een concert gegeven door het Metropole Orkest olv Jules Buckley en het Crouch End Festival Chorus uit Londen, naar aanleiding van de uitgave van die CD met remixes van de orkestopnamen. Als inleiding op het concert had ik een gesprek met de drie heren die voor deze orkestversie van de Fripp-soundscapes gezorgd hebben: Bert Lams, die de transcripties maakte; componist Andrew Keeling, die de arrangementen schreef; en producer David Singleton.
Bij het concert (en bij het fraaie voorprogramma door gitaarsoundscaper Erik Voermans) zat Robert Fripp zelf, nauwelijks opgemerkt door het publiek, zich op de achtergrond te houden, geheel in lijn met de van hem bekende voorkeur voor een niet-verlicht podium en een rol buiten de spotlights.
De recensies van het concert vind je hier op muziekvan.nu handig verzameld.
De site van het Metropole Orkest is hier te vinden.
DGM (het label van Robert Fripp) met alle info over Fripp vind je hier.
Andrew Keeling heeft hier zijn website.
Bert Lams is hier te vinden.
Robert Fripp: Soundscapes
Er is een cd uit met orkestbewerkingen van de Soundscapes van Robert Fripp, gespeeld door het Metropole Orkest. Er zijn passages die ronduit bloedstollend klinken. Angstaanjagend. Maar soms ook hemels, verbijsterend, ijl, lichtjaren ver weg. Zondag 6 mei speelt het Metropole Orkest een aantal van die georkestreerde Soundscapes in het Muziekgebouw aan ‘t IJ in Amsterdam. Een inleiding op het concert wordt gegeven in de vorm van een interview met Bert Lams (California Guitar Trio, maakte de transcripties), Andrew Keeling (componist, arrangeerde de stukken) en David Singleton (producer, met Fripp verantwoordelijk voor de remix die nu op cd verschenen is). In de Wissel van zaterdag 12 mei 2012 komt hun visie èn die nieuwe cd aan bod. Maar eerst moeten we terug naar het begin.
Soundscapes, dat waren toch opnamen van omgevingsgeluiden die met de computer bewerkt worden tot een soort abstract hoorspel? Niet de Soundscapes van Robert Fripp. Die zijn voortgekomen uit een experiment met Brian Eno, in 1973. Een avondje pielen met twee
bandrecorders en Fripp’s gitaar leidde toen uiteindelijk tot de onthutsende lp No Pussyfooting. Frippertronics, heette de techniek van het steeds herhaald, maar ook steeds zachter, afspelen van langgerekte gitaarnoten, waaroverheen nieuwe gitaarnoten worden geïmproviseerd. Evening Star heette een tweede lp met Frippertronics. Een kleine twintig jaar later pakte Fripp de draad op, inmiddels gewapend met een rack vol elektronica. Solo speelde hij zijn geïmproviseerde Soundscapes over de hele wereld. Soms met verwarrring bij het publiek tot gevolg, zoals bij “gewone” popconcerten of festivals. Soms met een devoot en toegewijd publiek dat zich in hogere sferen gebracht wist, zoals in kerken en kathedralen. Maar altijd compromisloos, eigenzinnig, onontkoombaar.
Korte versie (zoals op de radio op zaterdag 5 mei):
Lange versie (exclusief op deze website):
De Wissel 5 mei 2012 lange versie
I.M. Rob van den Broeck
Maandagochtend 30 april 2012 overleed kunstenaar/musicus Rob van den Broeck. Pianist en componist Stormvogel publiceerde, onder meer op Draai om je oren, een In memoriam, waarin hij onder meer dit schreef:
Van den Broeck (*1940 Hilversum) begon als grafisch kunstenaar, studeerde aan de Rietveldacademie in Amsterdam waar hij in 1961 afstudeerde. Sindsdien maakte hij talloze grote en kleine werken, waarmee hij exposeerde in Nederland en over de grens. Zijn werk, altijd sterk beïnvloed door toonkunst, ontwikkelde zich in de loop van de jaren van magisch realistische grafieken tot abstracte en kleurrijke assemblages, collages en schilderijen.
Nog bekender is Rob van den Broeck geworden als improviserend pianist. Hij zette zijn eerste schreden op het pad van de jazz in de jaren ’60, met het trio van saxofonist Tony Vos, wat later met slagwerker Han Bennink. Spoedig volgden Nederlandse tournees met Amerikaanse sterren als Ben Webster, Dexter Gordon en Louis Hayes. In de jaren zeventig maakte Van den Broeck furore met zijn eigen formatie Free Fair (met Dick Vennik) en was hij toetsenist bij Chris Hinze. Hij werkte met grote orkesten in binnen- en buitenland, maakte talloze albums, deed tournees en concerten met musici als Charlie Mariano, Joe Farrell, Gerd Dudek, Tony Oxley, Tony Levin en het ‘European Jazz Ensemble’ van Ali Haurand. Hij bespeelde behalve piano ook Fender Rhodes en analoge synthesizer, schuwde evenmin het gebruik van samplers en digitale machines. Kenmerkend voor zijn spel is verrassing, levendigheid, gedurfde sprongen in het ongewisse, een niet te onderdrukken –bijna kwajongensachtige- hang naar vrijheid.
Rob van den Broeck was tevens als componist actief. Hij combineerde een voorliefde voor moderne ‘modale’ jazz (Thelonious Monk, McCoy Tyner en Chick Corea) aan een grenzeloze bewondering voor de klankwerelden van hedendaagse componisten als Strawinski, Bartok, Berg en Lutoslawski.
Rob van den Broeck stond zijn levenlang open voor het grote experiment, vooral als hij dat kon aangaan met jonge, talentvolle en eigenzinnige artiesten. Jarenlang was hij de vaste begeleider van de internationaal opererende vocaliste Masha Bijlsma. Van den Broeck was van 1980 tot 2000 als docent piano verbonden aan het Arnhems Conservatorium. In 2010 ontving hij tijdens Festival de Muzen in Amersfoort de Amer Award uit handen van Co de Kloet, “for his continuous and dynamic contribution to the development of Dutch and German jazz and improvised music”.
In 2010 publiceerde VPROJazzLive een interview met Rob van den Broeck (en Stormvogel):
Frank Sinatra
In 1961 nam Frank Sinatra zijn laatste plaat voor Capitol op, Point of no return. In de jaren ’50 had hij gewerkt met Billy May, Gordon Jenkins, en niet te vergeten Nelson Riddle, maar voor die laatste plaat die hij maakte alvorens naar Reprise over te stappen deed Sinatra een beroep op Axel Stordahl, de man die in de jaren ’40 een belangrijke bijdrage had geleverd aan de carrière van Sinatra door zijn verfijnde, smaakvolle en aansprekende arrangementen. En hoewel Sinatra geneigd was om het betere materiaal op te sparen voor zijn nieuwe label, werd Point of no return, mede dankzij het werk van Stordahl, toch een mooie en overtuigende plaat. Sentimenteel, dat wel, net als de andere Capitol-platen die gekenmerkt werden door een “melancholy mood”.
In deze lange webversie van de Wissel (op de radio is de korte versie te horen op zaterdag 28 april 2012) hoor je achtereenvolgens
LP: In the wee small hours of the morning (met Nelson Riddle)
Mood Indigo
LP Where are you (met Gordon Jenkins)
I’m a fool to want you
LP Point of no return (met Axel Stordahl)
There will never be another you
Memories of you
I’ll remember April
September Song
It’s a blue world
These foolish things
As time goes by
I’ll be seeing you
En tussendoor ook nog de verbijsterend basale versie die Robert Wyatt met Dave MacRae opnam van Memories of you (1982).
Een paar goeie bronnen van info over het Capitol-werk van Sinatra:
- bespreking van de 21-cd box “The Capitol Years” op AllMusic (in De Wissel zijn Echte Grammophoonplaten gebruikt btw)
- lemma in de Encyclopedia Brittannica (komen die nog weleens langs de deur trouwens?)
- bio en foto’s op Allaboutjazz
Fripp: orchestrated soundscapes
Zondag 6 mei 2012, Muziekgebouw aan ‘t IJ Amsterdam, Metropole Orkest olv Jules Buckley. Verbluffend mooi.
Bewustzijnsverruimde Thai
Een paar jaar geleden berichtten we al eens over de Molam, de duizend jaar oude muziektraditie in het zuiden van Laos en het noordoosten van Thailand. Een van de bekendste muziekgroepen uit Laos woont in Parijs: Molam Lao. Zeven jaar geleden maakte de Engelse bassist Jah
Wobble een plaat samen met Molam Lao, Molam Dub getiteld. Een paar tracks van die plaat combineerden we in een Wissel in 2007 met opnamen van traditionele Molam – opnamen van Ocora (label van de Franse omroep) en andere Franse labels.
Intrigerend aan de Molam is dat al vanaf de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw zogenaamd westerse instrumenten worden ingezet. Basgitaren, electrische gitaren met effectpedalen, keyboards… met soms bizarre psychedelische gevolgen, zoals te horen op deze track van de CD Thai Country Groove from Isan:
De naam van deze band is Chaan Siang Phin, met zang van Mon Sian Phin. Wasana Gam Par, wat zoveel betekent als “Zou je van me kunnen houden?”.
Hier is-ie weer, die Wissel met molam psychedelico:
Tsjek de speellijst hieronder:
Molam Dub
In de Wissel van zaterdag 21 april 2012 halen we de stofdoek eens door het archief, en dan stuiten we op een uurtje muziek uit Laos, vijf jaar geleden ook eens uitgezonden. Nu ja, uit Laos… Daar komt de Mo-Lam oorspronkelijk vandaan. Bassist en producer Jah Wobble dacht er een jaar of 10 geleden het zijne van. Hij pompte er een paar extra baslijnen onder, en een fijn groovend ritme dat aansluit bij het intrigerend en aanstekelijk ritme van de Mo-Lam… et voilà. Hoor het zelf:
The Use of Ashes
Tonefloat Records produceert met grote regelmaat prachtige uitgaven op vinyl (maar ook op CD) van uiteenlopende bands die in elk geval allemaal iets psychedelisch hebben. Zo verscheen een doorzichtige EP, ijskleurig zo je wilt, met de oorspronkelijke demo van het nummer Ice van de Nijmeegse groep The Use of Ashes, band van Peter van Vliet, Maarten Scherrenburg en Simon van Vliet. The Use of Ashes is de voortzetting van Mekanik Komando, een band die in 1981 voor het eerst in de openbaarheid verscheen met een flexidisc die samen met een issue van het toenmalige blad Vinyl verspreid werd. Muziek en stijl uit de hoek van de “Ultra-beweging” – die recent nogal in het nieuws is geweest in verband met een overigens nogal abstract idee van een dertigjarig jubileum.
The Use of Ashes moest eind jaren ’80 de nieuwe naam van Mekanik Komando worden. Deels omdat MK uiteenviel, maar ook omdat de muzikale koers zich verlegd had naar een meer sferische, psychedelische klankwereld. En daar paste een andere naam bij – aldus Peter van Vliet in het telefoongesprek dat ik met hem had. Nee, de keuze voor die naam was niet toevallig ook de titel van een fameus album van Pearls Before Swine uit 1970. Luister hier naar deze aflevering van De Wissel:
Aanleiding om Peter te bellen was nieuwsgierigheid naar de voortgang van het meest recente project dat The Use of Ashes onder handen heeft: de trilogie White Nights. Elk van de drie delen, waarvan het eerste en tweede zijn uitgebracht op Tone Float Records (zowel op vinyl als op CD) heeft een ondertitel. Deel 1: The hand of Tzafkiel; deel 2: Glowing Lights. Deel 3 gaat Flake of Eternity heten, en dit derde album uit de reeks wordt verwacht in het najaar van 2012. Zodra het er is, komen we er graag op terug!
White Nights vertelt een verhaal van slapeloze nachten, van de eeuwigdurende zoektocht, van de nimmer aflatende onrust die we allemaal ervaren, aldus Peter van Vliet. Elk deel heeft ook een eigen specifiek karakter. In het eerste deel gaat het over de pijn om mens te zijn; het tweede deel, Glowing Lights, gaat over het wonder mens te zijn. Op Flake of Eternity zal het gaan om het inzicht dat we het híer, in deze wereld, zullen moeten zien te doen. Elk mens is een vlokje oneindigheid (vandaar de titel), maar altijd op zoek naar thuis.
Procol Harum
Ze waren niet de eersten met een plaat waarop ook een symfonie-orkest te horen was, maar wel een van de invloedrijkste met hun licht megalomane poging om het klassieke idioom van een groot koor en orkest te combineren met de typische klanken van een late jaren ’60 progrockband. Progrock avant la lettre, weliswaar. Procol Harum, het geesteskind van tekstschrijver Keith Reid en toetsenist en zanger Gary Brooker.
Het vroegste begin van Procol Harum ligt al in de vroege jaren ’60 bij de band The Paramounts van Gary Brooker. Ze hadden een klein hitje in 1963 op Parlophone, maar vielen weer uiteen in ’66. Toen ontmoette Brooker tekstschrijver Keith Reid en samen schreven ze een aantal nummers waarvoor de band Pinewoods werd opgericht; onder andere het later dus zo kolossaal populair geworden A whiter shade of pale – en toen dat nummer uitkwam besloten ze op suggestie van hun manager om de naam van de band te veranderen in de naam van de kat van een vriend. Procol Harum.
Al in 1969 trad Procol Harum eens op met een symfonie-orkest, maar op 18 november 1971 vond het concert plaats dat uiteindelijk ook op plaat zou verschijnen. Met het Edmonton Symphony Orchestra en de Da Camera Singers, op 18 november 1971, in het Jubilee Auditorium in Edmonton, Canada. 52 muzikanten en 24 zangers werden toegevoegd aan Procol Harum. Overigens zou Gary Brooker – omringd door juridische claims met betrekking tot de rechten van de monsterhit A whiter shade of pale – in 2006 ook nog weer eens optreden als Procol Harum mèt een symfonie-orkest, maar eerlijk gezegd vinden we de CD die van dàt concert werd uitgebracht niet echt geweldig. Een klein stukje hoor je in deze aflevering. Als je nou meent dat dat wèl een hele mooie plaat is, laat het ons weten. De discussie staat open.

