Het tweede deel van een serie gesprekken over de muziek van de legendarische Franse band Magma – eind jaren ‘60 ontstaan op initiatief van slagwerker Christian Vander, en na al die jaren nog altijd actief. Eerder dit jaar speelde Magma op de Music Meeting in Nijmegen, en momenteel is de de band op tournee door de Verenigde Staten en Japan. Magma-kenner Stormvogel vertelde ons al eerder over Magma, over de eerste periode, het ontstaan, de invloeden die bepalend zijn geweest voor de sound, en over de bijzonderheden van de eigen taal en mythologie die door Magma – en dan vooral door captain Christian Vander – in het leven is geroepen.
In dit tweede gesprek, uiteraard zeer ruimschoots gelardeerd met stukken muziek van Magma – hebben we het over de vermoedelijke ambitie van Vander om zijn werk te zien als één groot, samenhangend oeuvre. Alles wat Vander componeert vloeit voort uit een visioen dat hij begin jaren ‘70 gehad heeft, en waaraan hij sindsdien stapsgewijs werkt. Composities die nog pas onlangs voor het eerst op een album verschenen vinden we soms al in repetitie-opnamen uit de vroege jaren ‘70 terug. Van die meerjarenplanning horen we in deze podcast meerdere treffende voorbeelden. Aan het slot van de bijna twee uur Magma hoor je een werk dat – zeldzaam in het oeuvre van Magma – niet door Christian Vander werd geschreven maar door de toenmalige bassist, Jannick Top; De Futura heet dat nummer. Met die compositie werd de muziek van Magma donkerder, somberder, helser. Hoe dat verder ging komt ter sprake in een volgend deel van deze Magma-serie in De Wissel.
“Ik heb vier ledematen, en die zijn als ik speel vier verschillende personages”, zo luidt vrij vertaald een deel van het commentaar van slagwerker Tony Allen in het filmpje dat je hieronder kunt zien. Het filmpje werd gemaakt als promotiemateriaal voor een nieuw album. Allen wordt gezien als een van de grondleggers van alles wat Afrobeat wordt genoemd, maar ook buiten die scene wordt zijn meesterschap erkend: Brian Eno noemde hem ooit “misschien de grootste drummer die ooit geleefd heeft”. En als Eno het zegt…
Tony Allen was de drummer en muzikaal leider van de band van Fela Kuti tussen 1968 en 1979 – meer dan veertig jaar in het vak dus. Leuk filmpje is ook waar je ziet hoe Allen een verslaggever van The Guardian, Tim Jonze, leert hoe je moet drummen…
Valt niet mee om historisch beeldmateriaal te vinden. Tips welkom! Hieronder een paar langsflitsende fragmenten.
Een tijdje geleden kwam de band waarmee violist Jerry Goodman beroemd is geworden, The Flock, ter sprake in twee verschillende radio-afleveringen van De Wissel. Goodman was al actief in de jaren ‘60, kreeg wereldwijd succes met deze band die tot de eerste generatie jazz-rock-crossover-bands behoorde, en speelde later met John McLaughlin in het Mahavishnu Orchestra. The Flock was te horen in De Wissel over de legendarische verzamel-LP Fill your head with rock, en in de aflevering over het nog legendarischer Holland Pop Festival in het Kralingse Bos, in 1970. Zat net wat te struinen op YouTube, kom ik dit aardige filmpje tegen.
Het online (pop)muziekmagazine FACT publiceerde een paar dagen geleden een blogpost van Kiran Sande met de tien “essential” albums van Brian Eno. Bij elk van de tien uitgekozen albums is een korte recensie geschreven, waarin de argumentatie voor de betreffende keuze te vinden zou moeten zijn. Natuurlijk is het – zo erkent de auteur – onmogelijk om het werk van een zo belangrijk componist, musicus, producer en wat je Eno verder voor etiketten kan opplakken, in tien albums samen te vatten. De lijst houdt hier dus niet op, aldus Sande, maar begint in elk geval met Another Green World, Discreet Music, Evening Star (met Robert Fripp), Before and after science, Music for airports, Possible Musics (met Jon Hassell), My life in the bush of ghosts (met David Byrne), On land, Apollo, en The Pearl (met Harold Budd). Voer voor discussie. De lijst is weliswaar niet af, maar er ligt verhoudingsgewijs wel veel nadruk op de ambient-achtige albums. Terecht?
In zijn roman ‘De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet’ beschrijft David Mitchell de ontmoeting tussen Holland en Japan op het piepkleineeiland Deshima. In ‘1q84’ beschrijft Murakami een vervreemdende parallelwereld. Het vormde het uitgangspunt voor een vijftal soundscapes - een zoektocht naar vier bijzondere muzikale ontmoetingen tussen West en Oost. Nieuwsgierige oren? Dan luisteren, vanavond tussen 20.00 en 22.00u.
Auteur David Mitchell woonde 8 jaar in Japan. Tijdens zijn recente bezoek aan Nederland, sprak ik hem kort over het ‘geluid van Japan’ en de schoonheid van Duke Pearson’s After The Rain. Mitchell’s boeken als DroomNummerNegen en De geestverwantschap vormden de aanleiding om De Wissel van 31 juli te maken.
Legendarische band uit Frankrijk, opgericht in 1968 door slagwerker, zanger, visionair en taalvernieuwer Christian Vander, zoon van een jazzpianist en een Grande Dame du Jazz – John Coltrane en Chet Baker waren er kind aan huis. Magma behoort tot de groepen die in het begin van de jaren ‘70 met een energierijke mix van jazz-, rock- en psychedelische elementen de popwereld op zijn kop zetten. Muziek die veel verder ging dan zo maar liedjes, maar die ook ontworsteld was aan het keurslijf van keurig luisteren en die tegelijk veel bruter, fysieker, zweteriger was dan de intellectuele avant-garde tot dan toe. Magma-kenner Stormvogel vertelt over de eerste jaren van de band, over de invloeden vanuit jazz en klassiek, en over de drijfveren van de bedenker van de planeet Kobaïa, waar Kobaïaans wordt gesproken en waar de hele dag uit alle speakers Magma klinkt… NB: dat de invloed van Magma niet aan het eigen werk van Stormvogel is voorbijgegaan, kun je met eigen oren checken op deze blogpostings en opnamen van bands waarin hij speelt.
We pakken de draad van de crossovers weer eens op, na een paar Wissels in die richting vorig jaar. Alles is toeval, zeggen ze wel eens, alleen we zien verbanden tussen verschijnselen die het doen lijken alsof de werkelijkheid zich iets aan de logica gelegen laat liggen. Op het Robodock-festival, in september aanstaande in Amsterdam, komt de uit Marseille afkomstige vocale groep Lo Cor De La Plana optreden. Lo Cor De La Plana zingt in het Occitaans, en gebruikt behalve de stem alleen eenvoudige percussie-instrumenten (en body-percussion). Toen ik dat bij toeval ontdekte sloeg ik aan het surfen op het web, en als je dan bijvoorbeeld via Last.FM meer info zoekt, dan vind je als “verwante” bands onder meer de ook uit Frankrijk afkomstige Familha Artús. Volgt u de gids? Hieronder een filmje van Lo Cor De La Plana, gemaakt tijdens het Celtic Connections-festival van 2009:
Familha Artus, ook Frans, ook vocaal (maar niet alleen), ook regionaal (weliswaar niet Occitan maar Gascogne). Het is folklore (als het gebruik van een draailier daar op mag wijzen) maar ook rock (als het coveren van Highway to hell van AC/DC daarvoor een indicatie is). Volgens hun MySpace-site maakt de band radicale muziek, gegroeid uit de eigen wortels, uit de eigen “stam”. En “Product of an experimentation process, it stands as the musical application of a search for identity, the product from the union between a music anchored in Gascogne’s tradition and a more actual form of musical… indie rock, rock in opposition, electroacoustique”, aldus dezelfde website. Luister maar eens. Het is een mooi, pittig regionaal product, als een specifieke wijn of een eigenzinnig kaasje, maar met internationale invloeden uit de hedendaagse popcultuur. Heftig!
De Wissel reist wat af dit seizoen. Zaterdag naar hartje Manhattan, begin jaren ‘60, met prettige uitstapjes trouwens naar Los Angeles en San Francisco. Twee uur een imaginaire soundtrack bij een serie als Mad Men, of films als Revolutionary Road en A Single Man.
Prachtige, gestileerde Brill Building-pop, souljazz, Julie London, Frank Sinatra, de vroege Motown, jingles en commercials.
Deze maand is het veertig jaar geleden: het Holland Pop Festival in het Kralingse Bos in Rotterdam. Met een line-up om van te watertanden (van Pink Floyd via Soft Machine en Country Joe & the Fish tot Canned Heat, It’s A Beautiful Day, Supersister, Ekseption, CCC Inc., Q65, Fotheringay, Caravan, Mungo Jerry, en nog zo wat van die namen die nog steeds nagalmen in het collectief onderbewuste van muziekminnend Nederland). Ik bezocht de plek des festivals met twee heren die toendertijd, 17 en 19 jaar oud, als bezoekers aanwezig waren: Henk Weltevreden (auteur) en Wim Kerkhof (muzikant, van The Amazing Stroopwafels). Over het ontstaan van het festival schreef ik van de week al op dit blog – en als je daar meer over wilt weten is het de moeite om zondagavond naar Radio 1 te luisteren (er is een preview te vinden op deze site, en anders is het programma natuurlijk via de Holland Doc-website terug te horen.
Behalve Henk en Wim sprak ik ook nog kort met Richard Sinclair, toendertijd een van de optredende artiesten (van Caravan).
Hieronder de playlist en nog een paar video’s.
De film Stamping Ground – die gemaakt zou worden door George Sluizer, ongelukkigerwijs dankzij ruzie tussen de producenten van het project afgehaald, anders was het zeker een andere film geworden – is in delen opgeknipt op YouTube te zien (maar niet embeddable, dus om te kijken moet je effe klikken).