Woodstock 40

15 augustus 1969. Het glooiende grasland van boer Max Yasgur, in Bethel in de staat New York, ongeveer een uur gaans vanaf het kunstenaarsdorp Woodstock. Een legendarisch festival – niet in de laatste plaats dankzij de film. Misschien wel het belangrijkste muziekfestival in de geschiedenis van de popmuziek. En zeker het grootste festival dat tot dan toe had plaatsgevonden, en met een uitstraling en invloed die tot op de dag van vandaag te bespeuren is. Een invloed bij iedereen die er bij was, die er bij betrokken was, èn bij muziekliefhebbers van zo ongeveer alle leeftijden en gezindten. Woodstock.

De podcast (klik links of hier op “Podcasts” voor meer info):

090807woodstock1poddef

De Woodstock Music & Art Fair, zo zou het festival moeten gaan heten. In het dorpje Woodstock zelf – waar Bob Dylan trouwens woonde – bleken omwonenden succesvol bezwaar te maken tegen het gebruik van de beoogde locatie. Een tweede poging werd gedaan in het dorpje Wallkill, maar ook daar waren de organisatoren niet welkom. De oplossing kwam van een 34-jarige interieurontwerper uit New York, Elliot Tiber. Tibers ouders hadden een zieltogend motel in het gehucht White Lake, vlakbij Bethel, en al jaren probeerde hij hun onderneming van de ondergang te redden. Intussen was hij betrokken geraakt bij het dorpsleven, en zelfs voorzitter van de Bethel Chamber of Commerce geworden. Tiber had in die hoedanigheid dus een vergunning om in de open lucht activiteiten te organiseren – en toen hij in de plaatselijke krant las dat het Woodstock-plan vastliep op bezwaren in Wallkill nodigde hij Woodstock-initiatiefnemer Michael Lang uit in White Lake en stelde hij voor om zijn El Monaco Motel tot basis voor het festival te maken. Het motelterrein was te klein voor het festival maar via Tiber – of via een makelaar, de bronnen spreken elkaar tegen – werd de eigenaar van het glooiende grasland gevonden. Max Yasgur. Een 49-jarige boer, een hardwerkende, nuchtere buitenman. Die niets had met hippies, die niets had met hun muziek of hun uiterlijk. Maar die toen er ook in Bethel bezwaren tegen de mogelijke komst van 150.000 hippies rezen, de hakken in het zand zette: dit was Amerika, dit was het land waar iedereen, ongeacht uiterlijk of opvatting, het recht heeft om zich op zijn eigen manier te uiten. Yasgur is niet voor niets wel de Patron Saint of Woodstock genoemd…

Woodstock was niet het eerste grote openluchtfestival. Monterey Pop in 1967 was het eerste grote voorbeeld. In Miami in 1968 waren zo’n 100.000 mensen aanwezig, en een paar weken vóórdat Woodstock plaatsvond had een festival in Atlanta ook zo ongeveer 100.000 mensen getrokken. Michael Lang, John Roberts en Joel Rosenman, de organisatoren, verwachtten aanvankelijk zo’n 50.000 betalende bezoekers, en misschien nog eens 50.000 mensen die gratis naar binnen zouden willen komen. Uiteindelijk kwamen er tussen de 400.000 en 500.000 mensen op Woodstock af. Niets, maar dan ook niets, was berekend op de komst van zoveel mensen. Slechts één doorgaande weg bood toegang tot Bethel, en die was al in de dagen vóór 15 augustus veranderd in één groot parkeerterrein. Voedsel, water, medische voorzieningen, alles wat nodig is om een half miljoen mensen gedurende een lang weekend in leven te houden ontbrak. Dat er géén grote rampen zijn gebeurd is misschien wel het grootste wonder van het Woodstock-festival.

Drie afleveringen van De Wissel – en drie keer een uitvoeriger podcast – schetsen een beeld van de muziek die te horen was. Ik maakte gebruik van de oorspronkelijke plaatuitgaven en van de CD-box die ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum in 1994 verscheen. In de eerste aflevering focussen we op de zangers en zangeressen, in de tweede op de gitaristen en in de derde op een aantal bands. Meer lezen? Een goed begin van een internet-speurtocht is deze website. En voor wie een echt boek in handen wil hebben is de recente uitgave van Mike Evans en Paul Kingsbury een aanrader.

De speellijst van de podcast (NB de radio-uitzending is korter en bevat niet alle titels die hieronder genoemd worden):

1. John B. Sebastian: I had a dream
John Sebastian was toendertijd een gevierd en belangrijk artiest, vooral met zijn band The Lovin’ Spoonful. Hij woonde in het kunstenaarsdorp Woodstock (net als Bob Dylan) en was gewoon als bezoeker naar het festival gegaan – hij had niet eens een gitaar meegenomen. Door Chip Monck, de stage-coördinator, werd hij naar het podium gehaald – er was even een entr’acte nodig om het regenwater van het podium te verwijderen. Met een van Tim Hardin geleende gitaar beklom hij het podium…

2. Richie Havens: Handsome Johnny
3. Tim Hardin: If I were a carpenter

Tim Hardin zong maar twee nummers op Woodstock; Michael Lang wilde hem er per se bij hebben, want Hardin werd beschouwd als een van de grootste singer-songwriters van de jaren ’60. Zijn heroïneverslaving en onbetrouwbaarheid als het om afspraken ging eisten echter hun tol, en zijn optreden op vrijdagavond rond 9 uur werd niet de doorbraak waar sommigen op hadden gerekend.

4. Melanie: Beautiful people
Melanie was toen nauwelijks 22 ten tijde van het festival. Ze was met haar moeder per auto naar Bethel gekomen, werd ergens bij het motel opgevangen en vervolgens – zonder haar moeder – per helicopter naar het podium vervoerd. Het enige nummer wat ze tot dan toe had opgenomen was Beautiful People. Haar latere hit Candles in the rain was het directe gevolg van wat er die avond gebeurde: de productieleider van het festival, John Morris, had via de omroepinstallatie het publiek opgeroepen om als hij tot 3 had geteld allemaal een aansteker aan te steken. De duizenden vlammetjes in het donker zouden later nog een enorme rage worden…

5. Arlo Guthrie: Coming into Los Angeles
6. DJ Zebra: Freaks into Los Angeles

Tegen middernacht op vrijdagavond trad de zoon van de fameuze folkzanger Woody Guthrie op, Arlo Guthrie. Arlo had met Alices Restaurant Massacre een hit had gehad in 1967. Hij zong Coming into Los Angeles, Walkin’ down the line en Amazing Grace.

7. Joan Baez: Joe Hill
8. Joan Baez: Sweet Sir Galahad
9. Joan Baez & Jeffrey Shurtleff: Drug store truck drivin’ man

Dé folkzangeres van de protestgeneratie van die dagen was Joan Baez. Zij had in 1963 samen met Bob Dylan opgetreden tijdens de grote demonstratie in Washington waar Martin Luther King zijn legendarische I have a dream-speech hield; behalve op het hoofdpodium zong ze ook bijna drie kwartier op een soort fringepodium dat buiten de hekken was neergezet om de mensen die niet het festival-terrein opkonden van wat muziek te voorzien. Joan Baez was zwanger tijdens haar optreden, maar haar echtgenoot was op dat moment niet aanwezig. Die was een maand eerder gearresteerd want hij was een dienstweigeraar. Om hem te ondersteunen zong Joan Baez het nummer Joe Hill, een folk song die gaat over een vakbondsactivist die in 1915 na een discutabel proces tot de doodstraf was veroordeeld. Haar set werd afgesloten met We Shall Overcome, het onofficiële volkslied van de protestbeweging.

10. Janis Joplin: Try
Janis Joplin verscheen op Woodstock in de nacht van zaterdag op zondag rond half drie, met haar nieuwe band de Kozmic Blues Band. Haar artistieke top – zou later blijken – lag toen eigenlijk al achter haar, in het Monterey Pop Festival van 1967; heroïne en drankgebruik begonnen hun tol te eisen. Het publiek was echter enthousiast over de nummers die voornamelijk van haar eerste solo-lp afkomstig waren. Nauwelijks een jaar na Woodstock overleed Janis Joplin aan een overdosis.

11. Jefferson Airplane: Somebody to love
Een paar uur ná Janis Joplin, op zondagochtend op 7 uur, was het de beurt aan Grace Slick van Jefferson Airplane. Natuurlijk stond de hit White Rabbit op de setlist, maar ook Somebody to love.

12. Joe Cocker: Let’s go get stoned
13. DJ Zebra: With al little help from Soulwax

Zondagmiddag half vier was het de beurt aan Joe Cocker. With a little help from my friends is natuurlijk het bekendste deel uit zijn optreden, maar in de uitzending en de podcast laat ik een ander nummer horen uit de set die verder onder meer Delta Lady en I Shall Be Released bevatte; Let’s go get stoned. De hit hoor je terug in de versie van DJ Zebra…

14. John Sebastian: Rainbows all over your blues
15. Crosby, Stills, Nash & Young: Guinnevere
16. Crosby, Stills, Nash & Young: Wooden Ships
17. DJ Zebra: Wooden ships on the moon
18. Crosby, Stills, Nash: Marrakesh Express
19. Crosby, Stills, Nash & Young: Find the cost of freedom

In de nacht van zondag op maandag 17 op 18 augustus, om 4 uur in de ochtend, traden Crosby Stills Nash en Young op, in wisselende samenstellingen, met een deels akoestische, deels electrische set. Het was pas de tweede keer dat Crosby, Stills en Nash samen optraden – we’re scared shitless, zoals Graham Nash opmerkte tegen het publiek… Crosby Stills en Nash, het trio, was een van de echte supergroepen van het tijdperk van Woodstock. Alle drie hadden al een grote invloed gehad op de muziek, Crosby met de Byrds, Stills met Buffalo Springfield, en Nash met de Hollies. Maar Crosby was gekapt met De Byrds in het najaar van 1967, en Buffalo Springfield was begin 1968 uiteen gevallen. In dat jaar was Nash met de Hollies in California, en een geïmproviseerde jamsessie overtuigde de heren van de kracht van hun samenspel. In mei 1969 verscheen hun album Crosby Stills & Nash, en in juli was er een single, Marrakesh Express. Optreden was het echter op één keer na nog niet van gekomen, dus hun optreden op Woodstock was echt pas de tweede keer dat ze gedrieën voor het publiek stonden. Neil Young, met wie al gerepeteerd werd in de periode na het verschijnen van hun album, zou zich bij het trio voegen na de eerste set met onder meer Guinnevere wat je net hoorde en Marrakesh Express. Maar eerst zou Stills een duo optreden met Neil Young doen, en hun eerste nummer was een nummer van Buffalo Springfield, Mr. Soul – per abuis werd het duo dan ook aangekondigd als Buffalo Springfield. Na drie nummers kwamen Crosby en Nash er weer bij, en ook een bassist en een drummer, en werd er een electrische set gespeeld. Aan het slot volgden nog twee akoestische nummers, waaronder Find the Cost of Freedom.

20. Arlo Guthrie: Walking down the line
21. Richie Havens: Freedom

Richie Havens was geheel onvoorbereid op wat er zou gaan, al had hij ook opgetreden op Monterey en andere grote festivals in de jaren ’60. Havens zou een minuut of 40 spelen, maar toen hij van het podium afkwam kreeg hij de vraag of hij nog vier nummers wilde doen. Dus hij deed nog vier nummers, liep weer het podium af en toen werd hem gevraagd: Richie, three more… de organisatie had tijd nodig om de boel aan de gang te houden, door de overweldigende publieke opkomst. In de Woodstock film zie je Havens een tamelijk lange intro spelen voor het nummer Freedom – in werkelijkheid stond Havens gewoon wat uit te proberen en te bedenken wat hij zou gaan zingen… En toen kwam het woord freedom in hem op, misschien, zoals hij zelf ooit zei: omdat dat was wat ik voor me zag, vrijheid. Hij zag de vrijheid waar iedereen in die dagen naar zocht. Motherless child, wat je erdoorheen hoort, dat nummer had Havens in geen negentien jaar meer gezongen, hij had het geleerd als kind in een koor, net als het lied over de vader, moeder, broer en zus: mother, father, sister, brother. Richie Havens moest naderhand de film gaan zien om er zelf achter te komen wat hij eigenlijk had gezongen…

[kml_flashembed movie="http://www.youtube.com/v/Q1pMeyy__r0" width="425" height="350" wmode="transparent" /]

tags: ,

Geef een reactie