Miles & Juliette

Halte Saint-Germains-des-Prés. De weeïge warmte van de metro, de trap omhoog. Nog vroeg op een winterdag. Een cafe, wat verderop. La Flore. Satre had er een vaste tafel waar hij Le Chemins de la Liberté schreef. Sartre. Sagan. Signoret. De namen alleen al riepen vrijheid op, ze klonken als marginaal, provocerend, anarchistisch. De in zwart geklede jongeren lazen Sartre nauwelijks, maar leefden in kreten, ‘Existentialisme!’ en slogans; ‘Door te engageren zul je de mensheid volledig meeslepen. Onafgebroken zul je jezelf verwezenlijken, door je daden alleen.’

Meestal bleven de meeslepende daden beperkt tot de uren in de cafes en de jazzkelders. Le Club de Tabou. 33 Rue Dauphine. Een paar straten hier vandaan. De zon raakt er alleen de bovenste verdiepingen van de huizen. Een boekhandel; Libraire Couleur de Temps. Er is niets wat nog herinnert aan het legendarische Tabou. Het dansen van de Rats de Cave, het bord bij de piano: Don’t try to shoot the pianist, he shoots first. De uitbundige feesten, de drank, het zingen van een jonge Juliette Greco. Niemand zong zo mooi ‘Bonjour Tristesse’. Het laatste woord bijna gefluisterd, met een vederlicht tipje van haar tong.

Place Saint-Germain-des-Prés, met rechts het kleine park Laurent Prache. De natte bomen, de duiven, enkele bankjes. Ik loop via de Rue Saint-Benoît en de Rue Guillaume Appolinaire naar Rue de Bonaparte. Wie zoekt naar de verloren tijd, is aan het juiste adres op nummer 34. Autographes, Souvenirs Historiques et Litteraires. Tussen vloeipapieren liggen hier de brieven, documenten en bladzijden uit dagboeken van lang geleden. Witte handschoenen leggen een brief van Boris Vian neer op het bureaublad. Een nauwelijks leesbaar schrift. Aan de muur, ingelijst, foto’s van Jeanne Moreau en Albert Camus. Met handtekening.

Filosoof van de opstand en eeuwige rebel. Camus. Jongensachtige blik vermengd met ernst, een sigaret achteloos in zijn mond. Schrijver van De Mythe van Sisyphus met een openingszin als een plotselinge koude regen: ‘Er bestaat maar een ernstig filosofisch probleem: de zelfmoord. Oordelen of het leven wel of niet de moeite waard is geleefd te worden.’ Genoeg intellect, schreef Boris Vian. ‘Gaan we het hebben over fysieke genoegens in Saint-Germain-des-Pres?’ Ja. ‘Nou, welke zijn dat dan?
Sex, drinken en dansen. ‘In die volgorde?’ Drinken, dansen en sex klinkt logischer, maar dat moet iedereen maar voor zichzelf uitmaken. Was getekend: Vian. Le Manuel de Saint-Germain-des-Prés, 1950.

Boris Vian. Ingenieur, trompettist, schrijver van romans, thrillers, scrabreuze teksten, chansons en filmscripts. Allesdoener en -kunner en bovenal ‘Prins van Saint-Germain-des-Pres’. Vian had een hartziekte en wist dat hij kort zou leven. In een ware wedstrijd met de tijd leefde hij gelijk de door hem herschreven Tien Geboden. Derde gebod: Vervloek de naam van je vader en moeder en leef gevaarlijk.
Aan het begin van de Rue Saint-Benoît is het bijna onmogelijk om stil te staan. De nauwe trottoirs, de stroom voorbijgangers. Aan de overkant vond Vian in 1948 een lege kelder. ‘Een kelder, gelijk aan waar de eerste Christenen hun God vereerden. In Saint-Germains-des-Prés vereren wij de dans en de Heer is niet uitgenodigd.’ Hier ontstond de Le Club de Saint-Germain. Waar Miles speelde, Gillespie, Reinhardt… het centrum van de jazz in Parijs. Boris Vian was ook te horen in zijn eigen chansons, met als pianist een jonge Serge Gainsbourg. Avond na avond keek hij verbijsterd naar Vian. ‘De mensen waren met stomheid geslagen. Hij zong ontzettende dingen, die beslissend zijn geweest voor mijn verdere leven…’ Vian overleed in 1959, in een bioscoopzaal, tien minuten na aanvang van de film naar zijn boek ‘Ik zal spuwen op jullie graf’.

Duizenden die kwamen. De roep van het na-oorlogse Parijs was onweerstaanbaar. Sommige namen klinken bekend. Remco Campert. Simon Vinkenoog. Karel Appel. De vele anderen waarvan de namen vergeten zijn. Goedkope Algerijnse wijn. Frites. 30 frs. Sandwich Pate, 40 frs. Klonk veel beter dan de andijviestampot na het Onze Vader, thuis. Slapen op een bank in de metro of het park. Zwartomrande ogen en gespeelde verveling. Bietsen. ‘Cigarette?’ Gauloisses. Ribfluwen broek, houtje-touwtje jas. ‘Vind je het niet mieters! ‘, schreef Voskuil in Bij nader inzien. ‘Jezus, Klaas. Parijs!’ Saint-Germains-des-Pres, een kleine wijk die geen grenzen kende. Nu zijn de Rue de Jacob, Rue Mazarine en Rue Guenegaud gevuld met haastige toeristen en geparkeerde scooters.

De geur van Parijs. ‘Iets van kokos en citroensap en rum en dan alles door elkaar.’ Miles Davis in zijn autobiografie. In 1949 komt de 22-jarige Miles voor het eerst naar de lichtstad. Jazz Festival International. Op een foto zie je hem onderaan de vliegtuigtrap staan, cool een colbertje over zijn schouders. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen de ‘Americans’ graag naar Parijs. Ze namen jeans, chewing gum en jazz mee. Ze kregen opwinding, nachtleven en goedkope heroine. maar vooral waardering terug. Op zondag 8 mei 1949 speelt het Tadd Dameron-Miles Davis Quintet. Davis blaast trompet alsof hij in volle vaart over de Boulevard Saint-Germain rijdt, op het laatste moment het stuur omgooiend. Bebop met een brutale grijns of, volgens de recensie: ‘de meest controversiële muziek van dit moment’. In de coulissen staat Juliette Greco. De volgende dag bezoekt ze de repetitie. Miles: ‘Ze zat daar alleen maar zo prachtig – het lange zwarte haar, het prachtige gezicht, klein, stijlvol, zo verschillend van iedere vrouw die ik ooit had ontmoet. Ik vroeg aan iemand wie zij was. Hij zei: ‘Wat moet je van haar!’ Ik wil haar spreken. ‘Nou, weet je, zij is een van die existentialisten’ Dat zal mij worst wezen. Toen ik dan uiteindelijk met haar praatte, zei ze dat ze niet van mannen hield, maar dat ze mij aardig vond’. Ze werden verliefd. Wandelingen langs de Seine. ‘Muziek was mijn hele leven geweest, totdat ik Juliette ontmoette en zij me leerde wat het betekende om iets anders dan muziek lief te hebben.’ Hij keerde terug naar Amerika, zijn vrouw en twee kinderen. De optredens werden minder, het verlangen naar Juliette groter, Miles gebruikte heroïne. De zomermaanden van 1949 herinnerde hij zich als de gelukkigste uit zijn leven.

Een andere, afgekickte, kwam Miles terug naar Parijs in 1956 en 1957. Zelfverzekerd en hard op weg om een grote ster te worden. Juliette stelt hem voor aan de jonge Louis Malle, regisseur en fan. Of Miles muziek wil schrijven voor zijn nieuwe film, een thriller noir. Ascenseur pour l’Echafaud. Miles bekijkt de ruwe versie, vraagt om een piano op zijn hotelkamer en schetst; niet meer dan een akkoord, enkele tonen voor trompet.
5 December 1957 opname in de Poste Parisien Studio. De musici zien de geluidsloze film. Jeanne Moreau loopt door het donkere Parijs, alleen onderbroken door het licht van lantaarns, cafes en een nog laat geopende garage. De trompet snijdt door de nacht.

In de Rue de Jacob loop ik langs het Hotel Millesime. Twee jaar geleden interviewde ik hier Robert Wyatt. Waarom wil je hier geïnterviewd worden? vroeg ik. ‘Om de hoek gebeurde het’, zei hij. ‘Het? ‘Jazz. Miles en Juliette. Club de Saint-Germain.’ Sommige rolluiken zijn neergelaten. De lampen in de etalages zijn uit. Het is al laat als ik terugloop. De trap omlaag, het koude licht in de metro. Ik herinner mij een flard uit ‘Old Europe’ van Wyatt. ‘Paris by night, and the ghosts of two people in love … I’ll be dreaming again, always dreams of yesterdays.’

tags:

Geef een reactie

3 reacties
  • steven zegt:

    wat zijn de bijbehorende top albums? Wat “moeten” we horen …

  • [...] … of luister later naar de podcast … De roep van het na-oorlogse Parijs was onweerstaanbaar. Sommige namen klinken bekend. Remco Campert. Simon Vinkenoog. Karel Appel. De vele anderen waarvan de namen vergeten zijn. Goedkope Algerijnse wijn. Frites. 30 frs. Sandwich Pate, 40 frs. Klonk veel beter dan de andijviestampot na het Onze Vader, thuis. Slapen op een bank in de metro of het park. Zwartomrande ogen en gespeelde verveling. Bietsen. ‘Cigarette?’ Gauloisses. Ribfluwen broek, houtje-touwtje jas. ‘Vind je het niet mieters! ‘, schreef Voskuil in Bij nader inzien. ‘Jezus, Klaas. Parijs!’ Saint-Germains-des-Pres, een kleine wijk die geen grenzen kende. Nu zijn de Rue de Jacob, Rue Mazarine en Rue Guenegaud gevuld met haastige toeristen en geparkeerde scooters.   Bron: wissel.radio6.nl [...]

  • Clement zegt:

    Merci milles fois! Sfeervolle vluchtheuvel voor olympische terreur… Mooie soundscape met voor mij een ontdekking van Gréco, quelle femme!