Vier ledematen, vier personages

“Ik heb vier ledematen, en die zijn als ik speel vier verschillende personages”, zo luidt vrij vertaald een deel van het commentaar van slagwerker Tony Allen in het filmpje dat je hieronder kunt zien. Het filmpje werd gemaakt als promotiemateriaal voor een nieuw album. Allen wordt gezien als een van de grondleggers van alles wat Afrobeat wordt genoemd, maar ook buiten die scene wordt zijn meesterschap erkend: Brian Eno noemde hem ooit “misschien de grootste drummer die ooit geleefd heeft”. En als Eno het zegt… ;-)

Tony Allen was de drummer en muzikaal leider van de band van Fela Kuti tussen 1968 en 1979 – meer dan veertig jaar in het vak dus. Leuk filmpje is ook waar je ziet hoe Allen een verslaggever van The Guardian, Tim Jonze, leert hoe je moet drummen…

Valt niet mee om historisch beeldmateriaal te vinden. Tips welkom! Hieronder een paar langsflitsende fragmenten. (meer…)

tags:

The Flock

Een tijdje geleden kwam de band waarmee violist Jerry Goodman beroemd is geworden, The Flock, ter sprake in twee verschillende radio-afleveringen van De Wissel. Goodman was al actief in de jaren ‘60, kreeg wereldwijd succes met deze band die tot de eerste generatie jazz-rock-crossover-bands behoorde, en speelde later met John McLaughlin in het Mahavishnu Orchestra. The Flock was te horen in De Wissel over de legendarische verzamel-LP Fill your head with rock, en in de aflevering over het nog legendarischer Holland Pop Festival in het Kralingse Bos, in 1970. Zat net wat te struinen op YouTube, kom ik dit aardige filmpje tegen.

Blijft tof. Andere favoriete Goodman-filmpjes?

tags:

Eno-lijstje

Het online (pop)muziekmagazine FACT publiceerde een paar dagen geleden een blogpost van Kiran Sande met de tien “essential” albums van Brian Eno. Bij elk van de tien uitgekozen albums is een korte recensie geschreven, waarin de argumentatie voor de betreffende keuze te vinden zou moeten zijn. Natuurlijk is het – zo erkent de auteur – onmogelijk om het werk van een zo belangrijk componist, musicus, producer en wat je Eno verder voor etiketten kan opplakken, in tien albums samen te vatten. De lijst houdt hier dus niet op, aldus Sande, maar begint in elk geval met Another Green World, Discreet Music, Evening Star (met Robert Fripp), Before and after science, Music for airports, Possible Musics (met Jon Hassell), My life in the bush of ghosts (met David Byrne), On land, Apollo, en The Pearl (met Harold Budd). Voer voor discussie. De lijst is weliswaar niet af, maar er ligt verhoudingsgewijs wel veel nadruk op de ambient-achtige albums. Terecht? (meer…)

tags:

Heftige crossover

We pakken de draad van de crossovers weer eens op, na een paar Wissels in die richting vorig jaar. Alles is toeval, zeggen ze wel eens, alleen we zien verbanden tussen verschijnselen die het doen lijken alsof de werkelijkheid zich iets aan de logica gelegen laat liggen. Op het Robodock-festival, in september aanstaande in Amsterdam, komt de uit Marseille afkomstige vocale groep Lo Cor De La Plana optreden. Lo Cor De La Plana zingt in het Occitaans, en gebruikt behalve de stem alleen eenvoudige percussie-instrumenten (en body-percussion). Toen ik dat bij toeval ontdekte sloeg ik aan het surfen op het web, en als je dan bijvoorbeeld via Last.FM meer info zoekt, dan vind je als “verwante” bands onder meer de ook uit Frankrijk afkomstige Familha Artús. Volgt u de gids? Hieronder een filmje van Lo Cor De La Plana, gemaakt tijdens het Celtic Connections-festival van 2009:

Familha Artus, ook Frans, ook vocaal (maar niet alleen), ook regionaal (weliswaar niet Occitan maar Gascogne). Het is folklore (als het gebruik van een draailier daar op mag wijzen) maar ook rock (als het coveren van Highway to hell van AC/DC daarvoor een indicatie is). Volgens hun MySpace-site maakt de band radicale muziek, gegroeid uit de eigen wortels, uit de eigen “stam”. En “Product of an experimentation process, it stands as the musical application of a search for identity, the product from the union between a music anchored in Gascogne’s tradition and a more actual form of musical… indie rock, rock in opposition, electroacoustique”, aldus dezelfde website. Luister maar eens. Het is een mooi, pittig regionaal product, als een specifieke wijn of een eigenzinnig kaasje, maar met internationale invloeden uit de hedendaagse popcultuur. Heftig!

tags:

Gilad Atzmon en Michel Delville over Wyatt

Donderdag 3 juni 2010, Radio 6, VPROJazzLive. Een opname van een tribute-concert op 1 maart 2010 in het Italiaanse Modena, gewijd aan de muziek van Robert Wyatt. Dat je Wyatt in een jazzprogramma aantreft hoeft niet te verbazen. Het eerste solo-album van Robert Wyatt, The End of an Ear uit 1970, is een verzameling studio-experimenten die je gerust onder de noemer free jazz kunt scharen, en zijn latere samenwerking met Carla Bley leidde tot uitgesproken jazzy producties. Tegelijk is Wyatt, hoewel hij is opgegroeid met jazz, altijd een echte song-schrijver gebleven, zoekend naar de juiste woorden en naar precies de goeie melodie. Na het concert in Modena sprak ik met Gilad Atzmon, rietblazer van Israëlische herkomst die in Londen woont en werkt, en die de producer is van het nieuwe album van Robert Wyatt dat binnenkort uit zou moeten komen.

Gilad Atzmon

Behalve Atzmon werd aan het concert meegewerkt door toetsenist Alex Maguire, gitarist en zanger Richard Sinclair, zangeres Dagmar Krause, contrabassist John Edwards, drummer Chris Cutler, slagwerker Cristiano Calcagnile, tromboniste Annie Whitehead en gitarist Michel Delville. Laatstgenoemde vertelde tijdens het post-concert-diner aan een sfeervol pleintje in het oude centrum van Modena over de uitdagingen van het project, over zijn obsessie voor alles wat met de Canterbury Scene te maken heeft en over zijn eerste kennismaking, als jongetje van 12, meeluisterend naar Wyatts Rock Bottom (1974) op de platenspeler van zijn oudere broer:

Michel Delville

tags:

Dagmar Krause en Robert Wyatt

Dagmar Krause werd bij de liefhebbers van avant-garde rock bekend door haar werk in Slap Happy en The Art Bears, twee voornamelijk Engelse bands die in en na de jaren ‘70 actief waren en een behoorlijk vernieuwende sound wisten te creëren door het zoeken van een cross over tussen popmuziek en moderne “gecomponeerde” muziek. Haar bijzondere stem, die zowel vanuit de diepte kan grommen als in de hoogste regionen kan fonkelen, is er eentje die je uit duizenden herkent. Ook Dagmars opnamen van het Brecht – Weill – Eisler-repertoire, zeg maar de linkse sound van de jaren ‘30, kregen veel lof.
Via Chris Cutler raakte Dagmar betrokken bij het project in Modena, waar op 1 maart jongstleden door een groep muzikanten een eenmalig concert werd gegeven met werk van Robert Wyatt. Hieronder een kort telefonisch interview met Dagmar, kort na het concert opgenomen.

Dagmar Krause over Robert Wyatt

tags: ,

Annie Whitehead over Robert Wyatt

1 maart 2010, Modena, Italië. In het Teatro Comunale – een weelderig traditioneel operahuis met aan het plafond camé-achtige portretten van grote Italiaanse operacomponisten als Bellini en Verdi – wordt een concert georganiseerd met de muziek van Robert Wyatt. Comicoperando, vrij naar de titel van Wyatts laatste solo-album, met negen musici die allemaal op een andere manier met Wyatt te maken hebben: bassist Richard Sinclair, met wie Wyatt opgroeide in Canterbury; Alex Maguire (toetsen); John Edwards op de contrabas; Chris Cutler, drummer en al net zo lang actief als Wyatt; Dagmar Krause, die we onder meer kennen uit dezelfde Engelse avant-garde scene; Annie Whitehead, die de laatste twee decennia regelmatig met Wyatt samenspeelt; Gilad Atzmon, die momenteel Wyatts nieuwe album produceert; gitarist Michel Delville; en slagwerker Cristiano Calcagnile. Een opname van het concert wordt donderdag 3 juni aanstaande uitgezonden in het Radio 6-programma VPROJazzLive, ’s avonds om 22.00 uur. Natuurlijk naderhand ook hier terug te horen!

Annie Whitehead over Robert Wyatt

Voorafgaand aan het concert sprak ik met Annie Whitehead, de Engelse tromboniste die een CD maakte onder de titel Soup Songs, bewerkingen van Wyatt-stukken. Een van haar favoriete nummers van Wyatt is Alliance (te vinden op het album Old Rottenhat), en van dat nummer maakte zij een bewerking voor trombone. De tekst van Alliance is een cynische reflectie op de zelfgenoegzaamheid van de upper class en de diepe kloof tussen arm en rijk, ook binnen een westers land als Groot-Brittannië. Die tekst kun je natuurlijk niet vervangen door tromboneklanken, hoe indrukwekkend gespeeld ook. Hoe het klonk, die avond in Modena, hoor je volgende week. Hierboven een kort interview met Annie Whitehead, over Wyatt en zijn muziek.

tags: ,

Philip Glass & John Coltrane

Vele malen leuker dan de officiele klassieke muziekwereld: John Coltrane in Village Vanguard New York. Begin jaren zestig gaan Philip Glass en Steve Reich geregeld luisteren. Over spannende jazz en cool minimal: de Wissel, zaterdag 8 mei, 20.00-22.00u. Met oa Sufjan Stevens, Glass, Coltrane en Nik Bartsch’ Ronin (ook te horen op North Sea).

tags: ,

Wimshurst Fripp Eno

1975. Brian Eno neemt in de zomermaanden juli en augustus zijn derde solo-album op in de Island Studios in Londen. Another Green World. Net als bij zijn twee eerdere platen zijn de musici vrienden en collega’s met wie hij eerder samenspeelde, waaronder Robert Fripp. Meer nog dan bij zijn eerdere platen is Eno’s benadering van de instrumentatie onconventioneel. En is zijn zoektocht naar nieuwe klanken en ongehoorde sounds intensiever dan ooit. Dat leidt tot fraaie, maar soms ook wonderlijke resultaten.

De electriseermachine van Wimshurst, daar moest Robert Fripp zich op concentreren volgens de instructies van Eno, bij het spelen van de solo in St. Elmo’s Fire. Een meteorologisch fenomeen, een electrometeoor – in het Nederlands Sint Elmusvuur of Elmsvuur  genoemd.

Elmsvuur is al eeuwenlang als verschijnsel bekend, en wordt bijvoorbeeld in scheepsjournaals beschreven. Columbus, Maghellaen, Shakespeare, en Melville maakten melding van het Elmsvuur. Vanaf de Beagle schreef Charles Darwin in een brief: “Overal waren vlammen zichtbaar. Bliksemschichten in de lucht, blauwe, luminescerende deeltjes in het water en zelfs de masten waren getooid met blauwe vlammen aan de toppen.” Het verschijnen van Elmsvuur werd beschouwd als een goed teken omdat het zich voornamelijk voordoet aan het einde van vreselijk onweer. Maar het is niet het resultaat van de schietgebedjes der matrozen, maar een fenomeen dat met atmosferische electriciteit te maken heeft. Daarom die Wimshurst machine in de gitaar van Fripp, tegen de achtergrond van Eno’s orgel, piano, baspedalen, synthetische percussie en “Desert Guitars”.

03 St. Elmo’s Fire

tags: ,

Third for the first time

De aanleg van de A20, aan het eind van de jaren zestig, maakte de aanleg van een nieuw knooppunt van autosnelwegen noodzakelijk. In 1970 werd de A20 ten westen van het Kleinpolderplein aangesloten, in 1972 de A20 in oostelijke richting. Daarmee werd het knooppunt Kleinpolderplein in zijn huidige vorm voltooid.

Henk van der Spek uit Rotterdam beschreef zijn herinneringen aan het allereerste Soft Machine-concert dat hij bezocht. En dat leverde ons een prachtverhaal op. Met dank aan Henk!

Dit is een elpee, een bijzondere, want het zijn er eigenlijk twee: een dubbelelpee. Twee platen van mijn toenmalige favoriete band: Soft Machine.
Het is 1970. Met mijn meisje, zo noemde je in die tijd je vriendin, vanuit Delft onderweg op de brommer midden in de nacht naar Rotterdam, waar in de Doelen Soft Machine een nachtconcert ging geven. Dat was in die tijd helemaal hip. ‘Hoe later het optreden, hoe beter de band’ en deze band was meer dan de moeite waard om ons in dit nachtelijk avontuur te storten.

Er waren nog geen computers, laat staan TomTom, maar ik wist gelukkig wel waar Rotterdam lag, al had ik dat nog nooit op de brommer proberen te bereiken. Wel was ik al vele malen naast mijn vader in zijn auto daarnaartoe gereden via het Hofplein, wat een mooie fontein, richting Rotterdamse veemarkt om een koe te gaan kopen: mijn vader was slager. Na een lange, donkere tocht langs de Delftse Schie, via De Zweth en Overschie reden we plotseling het Kleinpolderplein op via de nog onvoltooide fly-over richting A20. Boven moesten we helaas afstappen, want het asfalt was op. Met gevaar voor eigen leven en geschiedenisschrijvend zijn we met het brommertje aan de hand gelukkig veilig beneden gekomen. Wij waren wel mooi het eerste niet-werkverkeer op het Kleinpolderplein! (meer…)

tags: